Bijvoorbeeld: een boom produceert afval, maar dit afval is voedsel voor de biologische kringloop. Bladeren vallen af en worden door micro-organismen verteerd. Deze organismen zijn voedsel voor paddenstoelen die weer worden gegeten door kleine diertjes. Hun uitwerpselen zijn dan weer voedsel voor de boom, waarmee de cirkel rond is. Als we dan kijken naar producten moeten deze dus aan het eind van hun gebruik geen afval opleveren, maar ‘voedsel’ (grondstof) zijn voor een nieuw gelijkwaardig product.